4.1.5.7.6 WILHELMUS ARENTS, boer te Appelscha 10-2-1884 Appelscha - 18-9-1962 Appelscha x Grietje van der Veen, Opsterland 23-5-1915 4-7-1889 Nij Beets - 23-12-1965 Appelscha dv Jacob van der Veen en Willemke Pebesma |
1. Arentina Martha 4-2-1916 Appelscha, te Emmen, x Pieter Boersema, locatiechef Groningen, 13-10-1938
2. Willemina Jacoba 13-9-1919 Appelscha, te Emmen, x Joseph Zanda, Ooststellingwerf 19-3-1948, gescheiden, x Johannes Hermanus Dupont, reisleider, Amsterdam 22-12-1954
3. Arent 19-6-1922 Appelscha - 17-5-1944 Rees (Dld)
4. Jacob 21-5-1926 Appelscha, te Emmercompascuum, x Alida Pieters, Den Haag 30-9-1956
Wilhelmus van der Sluis was oorspronkelijk voorbestemd om het onderwijs in te gaan, want in maart 1898 nam hij deel aan het toelatingsexamen voor de Rijksnormaallessen in Groningen. Op 1 april werd hij geplaatst op de opleiding. In Delpher is verder niets te vinden over hoe het hem daar is vergaan, dus waarschijnlijk heeft hij ervan afgezien. Op 16 december 1903 wordt hij bij de militaire keuring ‘tot den dienst aangewezen’. Zijn lengte staat exact vermeld: 1 m. 659 mm. Enkele maanden later wordt hij ingelijfd bij het Regiment Infanterie, maar op 30 november van dat jaar wordt hij met ‘groot verlof’ gestuurd. Te oordelen naar het onderstaande fragment van de Militieregisters hoefde Wilhelmus niet continu beschikbaar te zijn. ‘Groot verlof’ houdt in dat militairen, vooral in het oogstseizoen, de mogelijkheid kregen om thuis op de boerderij mee te helpen.

Een strafblad was blijkbaar niet of nauwelijks van invloed op zijn militaire loopbaan, want volgens de Rolboeken van 23 juli 1908 werd Wilhelmus (24 jaar) samen met zijn vader Arent Alles (59 jaar) door de rechter in Heerenveen wegens huisvredebreuk veroordeeld tot een boete van f 25 of 50 dagen hechtenis. Een jaar later wordt hij gewoon ingedeeld bij de 4e compagnie wielrijders.

(met dank aan het ‘Nationaal Militair Museum (NMM) Soesterberg)
In mei 1911 overleed Arent Alles, en Wilhelmus is zijn opvolger op de boerderij. In november dat jaar maakt Wilhelmus zijn testament op. Hij bepaalt dat, mocht hij ongehuwd overlijden, zijn moeder Margje Brink zijn enige erfgenaam wordt. In datzelfde jaar verschijnt de naam van Wilhelmus bij een aantal transacties. Hij staat vermeld als landbouwer, soms met de vermelding ‘veehouder’ erbij. Zo verhuurt hij in Nieuwehorne percelen als grasland voor f 1762 en verkoopt hij veldvruchten (in dit geval haver) voor f 775. In 1913 staat zijn naam als een van de leden in de akte van de coöperatieve aardappelmeelfabriek ‘Oranje’ in Beilen.
Enkele maanden voordat hij uit de dienst wordt ontslagen ‘wegens gebreken’, trouwt Wilhelmus met Grietje van der Veen. Het zit hem niet mee als boer. De vastgoed-erfenis van zijn vader, die schijnbaar op diverse plaatsen in Zuidoost Friesland impulsief grote aankopen heeft gedaan, hangt als een molensteen om zijn nek. De prijzen voor agrarische producten zijn laag. De boeren kuilen liever hun aardappeloogst in dan deze ver onder de kostprijs aan Scholtens aardappelmeelfabriek te verkopen. Wilhelmus lijkt de impulsiviteit van zijn vader te hebben geërfd, want begin januari 1921 koopt hij een huis van Herman Albertus Somer (houthandelaar in Stadskanaal en getrouwd met Geeske Hermina van der Sluis). Vier maanden later sluit hij een hypotheek van f 25000 af. De hypotheekverstrekker is opmerkelijk: het Weduwen- en Wezenfonds der Europese Officieren van het N.I. Leger te ’s-Gravenhage. In 1924 sluit hij bij een andere hypotheekverstrekker nogmaals een forse hypotheek af, nu van f 30.000. Een jaar later is zijn boerderij echter te huur voor een periode van vijf jaar. Wilhelmus is dan geen boer meer, maar heeft een hooi- en strohandel.
De crisis doet zich gelden, vooral in het zuidoosten van Friesland, en Wilh. v.d. Sluis plaatst regelmatig advertenties waarin hij hooi, stro en andere voederproducten aanbiedt.

In 1931 komt zijn boerderij weer te huur. Blijkbaar biedt zich nu geen (geschikte) gegadigde aan, want per 12 mei vraagt Wilhelmus een flinke Boerenarbeider met jongen, beiden best kunnende melken. Bij voorkeur huishouding waarvan de dochter bij gelegenheid mee kan melken. Flinke woning met tuin beschikbaar. In een volgende advertentie is hij op zoek naar een sterk mak werkpaard, ongeveer 9 jaar oud, een goede enterstier en een paar gebruikte in goeden staat verkerende boerenwaagens liefst met hooiraam en kromdissel. In arren moede probeert Wilhelmus zelf het bedrijf voort te zetten. Alle inspanningen mochten niet baten, want in 1933 staat alles te koop, zowel de boerderij als de arbeiderswoning, de werktuigen en het vee. Zelfs de naaimachine. De advertenties van Wilhelmus verdwijnen langzaam uit de kranten. In 1935 wordt hij gekozen als secretaris-ontvanger van het waterschap, een functie die hij zeker vijf jaar heeft bekleed.
Na de oorlog pakt hij de hooi en strohandel zo goed en zo kwaad als het kan weer op en vermeldt daarbij: een oud en vertrouwd adres.
Zijn zoon Arent van der Sluis overleed vlak voor zijn 22e verjaardag in Rees (D) als dwangarbeider in het Arbeitslager Groin, aangeduid als Kamp Rees, ook wel ‘De hel van Rees’ genoemd. Als beroep staat ‘boerenkecht’ aangegeven. In 2015 is op initiatief van de Historische Vereniging Appelscha e.o. een plaquette toegevoegd aan het monument met de namen van zeven Appelschasters die niet door verzet maar door oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog om het leven zijn gekomen.